top of page

Bij een titerbepaling meten we hoeveel antistoffen jouw dier nog in het bloed heeft tegen bepaalde ziektes. Zijn er voldoende antistoffen aanwezig? Dan is vaccineren op dat moment niet nodig.

Het afweersysteem van je dier bestaat uit twee delen: antistoffen (die we kunnen meten) en afweercellen (die we niet kunnen meten). Alleen bij sommige ziektes weten we dat voldoende antistoffen ook echt bescherming betekenen. In die gevallen is titeren een betrouwbare methode.

Voor honden geldt dit voor parvo, hondenziekte en besmettelijke leverziekte.
Voor katten geldt dit voor kattenziekte.

Is de uitslag van de titerbepaling voldoende, dan is je dier beschermd tegen deze ziektes en hoeft er niet gevaccineerd te worden.

Voor andere ziektes werkt dit anders. Bij de ziekte van Weil en kennelhoest bij honden en bij niesziekte bij katten is er geen duidelijke relatie tussen antistoffen en daadwerkelijke bescherming. Daarom kun je voor deze ziektes niet titeren. Om je dier goed beschermd te houden, blijft jaarlijkse vaccinatie hiervoor nodig.

Dat betekent dat je hond ieder jaar een vaccinatie krijgt tegen ziekte van Weil en kennelhoest. Katten krijgen jaarlijks een vaccinatie tegen niesziekte. Of er daarnaast nog een vaccinatie nodig is tegen parvo, hondenziekte, leverziekte of kattenziekte hangt af van de uitslag van de titerbepaling.

Goed om te weten is dat de vaccins tegen hondenziekte, besmettelijke leverziekte en parvo meestal alleen als combinatievaccin verkrijgbaar zijn. Alleen parvo is los beschikbaar. Is de titer van hondenziekte of leverziekte te laag? Dan is het nodig om alle drie de ziektes opnieuw te vaccineren om een goede bescherming te behouden.

biogalkit.jpg
  • Facebook - White Circle

© 2021 by Jan Dolfing , Dierenkliniek Twente

bottom of page