Wanneer je een afspraak maakt voor een titerbepaling, nemen we een kleine hoeveelheid bloed af bij je hond. Het buisje bewaren we in de koelkast totdat we de test uitvoeren. Dit doen we één tot twee keer per week, afhankelijk van het aantal aanvragen.
Tijdens de test gebruiken we een laboratorium machine die het bloed met een micropipet overbrengt in speciale testvakjes. Daarna volgen er iedere paar minuten enkele handelingen. Na ongeveer een half uur kunnen we het resultaat aflezen en weten we hoe het gesteld is met de afweer van je dier. Door gebruik te maken van deze machine (RoboComb) krijgen we een gestandaardiseerd proces wat de betrouwbaarheid ten goede komt.
Op basis van de uitslag krijg je een gericht advies. Is vaccinatie tegen hondenziekte, parvo of besmettelijke leverziekte nodig, of kan het nog enkele jaren wachten en herhalen we later de test?
​
Hoe worden de uitslagen beoordeeld?
De uitslagen vallen in zes categorieën. De schaal loopt van S0 tot S6+.
S0 = negatief
S1 = negatief
S2 = zwak positief
S3 = positief
S4 = positief
S5 en hoger = hoog positief
Hoe hoger de waarde, hoe beter de bescherming tegen de betreffende ziekte.
​
Wat betekent dit voor volwassen honden?
Bij een uitslag van S3 of hoger kan er drie jaar worden gewacht voordat opnieuw getest hoeft te worden.
Bij een uitslag van S2 (zwak positief) adviseren we om na één tot twee jaar opnieuw te testen.
Bij een uitslag van S1 of S0 is het advies om te vaccineren tegen de betreffende ziekte om de bescherming weer op een goed niveau te brengen.
​​
Hoe zit het bij pups?
Pups die al gevaccineerd zijn, kunnen drie tot vier weken na de vaccinatie getiterd worden. Worden er antistoffen gemeten, dan is niet altijd direct duidelijk of deze nog van de moeder afkomstig zijn of door de vaccinatie zelf zijn aangemaakt.
Daarom is het in dat geval belangrijk om na drie weken opnieuw te testen. Zijn de waarden gedaald, dan ging het om maternale antistoffen. Zijn ze gelijk gebleven of gestegen, dan heeft de vaccinatie goed gewerkt. Op basis van deze uitslag bepalen we of opnieuw titeren of vaccineren nodig is.
​​
Praktisch
De bloedafname kan gecombineerd worden met het jaarlijkse gezondheidsonderzoek en met de vaccinatie tegen ziekte van Weil (hond).
Om de kosten zo laag mogelijk te houden, voeren we de titerbepalingen twee keer per week uit.
Is je dier voldoende beschermd, dan noteren we de uitslag in het vaccinatieboekje. Afhankelijk van de hoogte van de titer herhalen we de test na één of drie jaar.
Is je dier niet meer voldoende beschermd, dan plannen we een afspraak in voor de benodigde vaccinatie.



